zondag, juni 14, 2026
Werkdruk en stress

Waken op afstand

Vanaf het moment dat bekend wordt dat mijn vader niet lang meer te leven heeft, ga ik in een soort waakstand. Mijn lichaam wordt alerter dan normaal. Ik ga AAN.

Eind september vertelt de arts dat mijn 84-jarige vader ergens een lekkage heeft. Waar precies weten ze niet. Zoeken en ingrijpen heeft gezien zijn conditie geen zin meer. Zijn bloedwaardes kleuren stuk voor stuk rood. Het blijven geven van ijzertransfusies is te belastend. Prognose? Ongeveer een half jaar. Afhankelijk van de grootte van de lekkage.

We krijgen dit bericht als we de verjaardag van mijn moeder vieren. Een half uur eerder zitten we nog vrolijk aan de Limburgse kruimelpuddingvlaai. Mijn vader draagt een feesthoedje en vertelt vol overtuiging dat Feyenoord vandaag kampioen wordt. Op 4 oktober 2025. Hij heeft zelfs acht kaartjes geregeld. Voor zichzelf, zijn vader en moeder, zijn vrouw en zijn kinderen. Alleen voor mijn man niet. Daar baalt hij van. Maar dat komt goed, verzekert hij ons. Dat gaat hij regelen.

Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Als we vragen waarvoor het feest eigenlijk is, schiet hij vol. Hij begint te huilen en vertelt opnieuw dat Feyenoord kampioen wordt. Vandaag. Mijn moeder krijgt niets mee van zijn blijdschap en concentreert zich volledig op haar vlaai. We schieten in de lach om de absurditeit van het moment. Tegelijk voel ik verdriet. Mijn vader denkt dat zijn ouders nog leven. Mijn moeder leeft in haar eigen wereld. Ik zie hoe dementie hen stukje bij beetje verder van ons verwijdert.

Nog geen vier maanden later verandert de situatie. Rond kerst merk ik dat mijn vader sneller achteruitgaat. De derde week van januari horen we dat zijn bloedwaardes opnieuw diep rood kleuren. De ijzertransfusie van september heeft zijn werk gedaan maar inmiddels lijkt zijn lichaam op te raken. De vraag is niet meer óf er iets gaat uitvallen maar welk orgaan als eerste stopt. Hoelang nog? Een paar weken, denkt de arts.

Mijn vader heeft geen pijn en lijkt niet te lijden. Hij zit nog altijd met een krant en een kop koffie in het grand café alsof er niets aan de hand is. We besluiten hem niet te informeren. Hij zou het toch niet begrijpen. Bovendien kende ik mijn vader goed genoeg om te weten dat hij verdriet zou wegstoppen. Afscheid nemen hoorde niet bij hem.

We wonen zo’n tweehonderd kilometer verderop. Even langsgaan bestaat niet. Vanaf dat moment gaan we wekelijks langs. En ondertussen worstel ik met een vraag waar niemand een antwoord op heeft. Moet ik nu aan zijn bed gaan zitten wachten? Moet ik vaker gaan? Minder vaak? Alles voelt verkeerd.

Pas later besefte ik dat mijn rouwproces eigenlijk al veel eerder begonnen was.

Twee soorten rouw vóór het overlijden

Anticiperende rouw
Rouw begint niet altijd na een overlijden. Soms begint het al veel eerder. Wanneer duidelijk wordt dat iemand niet meer beter wordt, nemen veel mensen onbewust al afscheid van wat komen gaat. Dat noemen we anticiperende rouw.

Je leeft nog samen in het heden, terwijl een deel van je aandacht al bij het naderende verlies is. Juist dat dubbele maakt deze periode ingewikkeld. Je wilt aanwezig zijn in het moment maar kijkt ondertussen vooruit naar wat onvermijdelijk is.

Ambigue rouw
Anticiperende rouw is iets ander dan ambigue rouw. Daarbij is iemand nog fysiek aanwezig, maar verandert de relatie doordat diegene psychologisch steeds minder aanwezig is. Dit zie je vaak bij dementie.

Je kunt de persoon nog aanraken. Samen koffie drinken. Een gesprek voeren. Tegelijk raak je hem stukje bij beetje kwijt. Je neemt afscheid van iemand die nog leeft.

In een onbewaakt moment voer ik zijn bloedwaardes in ChatGPT in. Vlak voor het slapengaan. Niet slim. Het antwoord is voorzichtig, bijna liefdevol, maar duidelijk. ‘Op basis van deze waarden heeft je vader waarschijnlijk nog hooguit een week. Je herkent de laatste fase aan…’. Ik slaap die nacht nauwelijks.

Ondertussen gaat mijn vader onverstoorbaar door met leven. Zijn dagen hebben een vaste volgorde. Opstaan met de tillift. Wassen. Scheren. Koffie. Krant halen. Krant lezen. Soms een dutje. Lunch. Het grand café. Nog meer koffie. ‘Zo zwart als zijn ziel’, zei hij altijd. Zijn krant gaat overal mee naartoe. Als die niet bezorgd wordt, belde hij boos naar de uitgever. Als deze natgeregend was, ook.

Wanneer de tandartsassistente hem in zijn laatste weken komt halen voor controle, weigert hij. Geen zin. Een paar dagen later vertelt de fysiotherapeut dat oefenen eigenlijk te zwaar wordt. Dan wil hij juist wel. Hij staat op tussen de rekken, zet zijn stapjes en fietst nog een rondje. Als hij iets moest, deed hij het niet. Als hij iets niet mocht, wilde hij het juist wel. Tot het einde bleef hij op zijn eigen manier de regie houden.

Het eten gaat ondertussen steeds moeizamer. Hij krijgt zijn boterhammen nauwelijks nog weg. Gemalen voedsel lukt beter. Voor de koffie krijgt hij een lichtere beker. Wij nemen rijstevlaai mee in plaats van kruimelpudding. Zonder korstjes lukt dat nog.

Toch zit hij tijdens onze bezoeken vooral te praten. Over de grote vaas die volgens hem een oude zeemijn is uit de Waalhaven. Over dingen die gebeurd zijn. Hij herhaalt zinnen eindeloos en kijkt ondertussen met zijn lichtblauwe ogen tevreden de wereld in. Hij heeft mensen om zich heen. Dat is genoeg.

Een week wachten worden er twee. Drie. Vier. Mijn vader blijft doorgaan. Hij leest zijn krant. Drinkt zijn koffie. Moppert als de krant te laat komt. Wil toch nog naar de fysiotherapeut. Bezoekt bijna dagelijks mijn moeder.

En ik weet me geen raad met het wachten. Blijf je nu? Of ga je? Het klinkt hard maar zelfs in dit proces kan ik niet op mijn vader bouwen. Dat kon ik eigenlijk nooit. Mijn vader deed altijd zijn eigen ding. Ook nu. Artsen geven prognoses. Ik probeer er houvast in te vinden. Mijn vader trekt zich er niets van aan en leeft gewoon door. Ik heb geen grip op wat er gebeurt. Niet op hem. Ook niet op de tijd. Misschien maakt dat het wachten wel zo moeilijk.

In de vijfde week gaat het ineens snel. Hij krijgt zijn koffie niet meer naar zijn mond. Slikken wordt moeilijk. Toch gaat hij nog met zijn rolstoel naar buiten. Een paar dagen voor zijn dood staat hij midden op een kruispunt omdat hij onderweg is naar de Duitsers waarvan hij nog geld tegoed heeft. Een dag later mopperen mijn ouders zoals altijd op elkaar. Nog een dag later raakt hij in paniek. Dan komt het telefoontje.

De paradox van weten en niet weten blijft vreemd. Je weet dat iemand gaat overlijden. Alleen niet wanneer. Het voelt alsof je in een wachtkamer zit zonder klok. Mijn behoefte aan controle draaide overuren. Waken op afstand vond ik misschien nog wel moeilijker dan afscheid nemen. Toch ben ik blij dat we hem niets verteld hebben. Dat hij zijn krant bleef lezen. Zijn koffie bleef drinken. Dat hij op zijn eigen manier doorging met leven.

Het wachten is voorbij. Soms denk ik terug aan die vijf weken. Aan zijn koppigheid. Zijn levenslust. Zijn vermogen om iedere prognose te negeren. En dan moet ik glimlachen…

N-Mrii


Ter nagedachtenis aan mijn vader Franciscus Gijsbertus Cornelis van der Winden

★12 juli 1941 te Rotterdam – † 28 februari 2026 te Fijnaart


Strategisch procesbegeleider met focus op gedrag en groepsdynamiek!

Creëer beweging met N-Mrii Stress- & Performance Solutions!

Specialist in leiderschapsontwikkeling, strategische procesbegeleiding, groepsdynamiek, communicatieve vaardigheden, persoonlijke effectiviteit en stressmanagement met een stevige basis in Transactionele analyse en Systemisch Werken.


Mail: info@nmrii.nl

Site: www.minderstressophetwerk.nl

Site: www.minderstressophetwerk.online (N-Mrii’s Online Academy)

N-Mrii

N-Mrii staat voor Anne-Marie. Geboren in 1969 en woonachtig in het prachtige Zuid Limburg. Mijn missie "Elke dag een klein beetje minder stress!" Meer lezen over mij? Kijk dan op http://minderstressophetwerk.nl/Over-N-Mrii/

Een gedachte over “Waken op afstand

Wil jij reageren? Schrijf hieronder jouw mening!